4.1.5.7.1 ALLE WYTZES ARENTS, zuiveldirecteur, gemeenteontvanger, procuratiehouder 26-11-1870 Appelscha - 20-1-1946 Gorredijk x Jeltje Zwart, Ooststellingwerf 23-5-1893 23-1-1867 Appelscha - 17-2-1927 Gorredijk dv Hendrik Hendriks Zwart en Anna van den Bosch x Maria Piso, Sneek 4-11-1929 7-5-1883 Workum - 27-10-1958 Gorredijk dv Jacob Piso en Jetske Boersma |
Sinds het verschijnen van het familieboek zijn er enorm veel bronnen beschikbaar gekomen. Zo was ons in het begin nauwelijks iets bekend over Alle Wytzes. Behalve dat hij procuratiehouder was, stond ergens genoteerd dat hij zeven talen sprak en in een schandaal verwikkeld was geweest. Inmiddels zijn we veel meer over zijn leven te weten gekomen. In de archieven komen meerdere personen met de naam A.W. van der Sluis voor. Deze Alle Wytzes zal er zelf ook last van hebben gehad, daarom noemde hij zich meestal Alle Wytzes van der Sluis Azn., zoon van Arent dus.
Net als andere leden van de Appelschaster tak was Alle Wytzes een prima schaatsenrijder. Op 21 januari 1880 won hij bij een wedstrijd in Appelscha in de categorie jongens van 8-10 jaar een portemonnaie met geld. Twee weken later won hij 2 gulden, weer in Nieuw-Appelscha.
Geld is in zekere zin een rode draad in het leven van Alle Wytzes geworden.
De volgende keer dat zijn naam opduikt, is in de rolboeken van de rechtbank in Heerenveen. Op 22 juli 1889 werd hij veroordeeld tot 50 gulden boete of 15 dagen hechtenis wegens beleediging van een ambtenaar enz., wegens wederspannigheid en opzettelijke en wederrechtelijke beschadiging. Terwijl Alle Wytzes nog op het gymnasium in Assen zat, werd hij in maart 1890 opgeroepen voor de militaire keuring. Hij werd vrijgesteld wegens gebreken, met als reden ‘Gezichtsonderzoek’. Enkele maanden daarna behaalt hij zijn diploma gymnasium A.
Of Alle Wytzes daarna een gerichte opleiding heeft gevolgd is niet duidelijk. Hij was nog maar 22 jaar toen hij werd aangesteld als directeur van de pas opgerichte zuivelfabriek in Zweeloo, tegen een salaris van f 450 per jaar. In die jaren werden in Drenthe naar Fries voorbeeld in hoog tempo coöperatieve zuivelfabrieken opgericht. Hij is echter maar een half jaar in Zweeloo gebleven, want voor de nieuw te bouwen stoomzuivelfabriek in Westerbork was men op zoek naar een directeur met ervaring, die ook als boekhouder en botermaker zou kunnen fungeren. Het jaarsalaris werd vastgesteld op fl. 650, maar omdat er grote bedragen in de fabriek zouden omgaan, moest de nieuwe functionaris een borgtocht van fl. 1500 betalen. In datzelfde jaar 1893 verkocht Alle Wytzes het erfdeel van zijn moeder Margje Reinders voor fl. 2500. Van dit bedrag zal hij de borg hebben betaald.
Unaniem koos het bestuur Alle Wytzes van der Sluis Azn. als directeur. In overleg met hem ging het bestuur op zoek naar een machinist, wiens salaris 8 gulden per week zou bedragen. Bij de fabriek moest een directeurswoning komen met een schuur met daarin een paardenstal, turf/kolenhok, een ijskelder en ruimte voor de opslag van veekoeken.
Nog geen week later besloot de gemeente Westerbork om de pas aangestelde directeur tevens aan te stellen als gemeenteontvanger. De vorige ontvanger was plotseling overleden en de boeken van de gemeente waren niet op orde, er moest dus snel iemand komen om de boel in goede banen te leiden. Er was echter een klein probleem: met 22 jaar was Alle Wytzes (in die tijd) nog niet meerderjarig, en Gedeputeerde Staten van Drenthe wilden de benoeming daarom intrekken. Alle Wytzes zelf zag de dubbelfunctie wel zitten, en de oplossing was daarom snel gevonden: hij trouwde zo snel als mogelijk was met de 26-jarige Jeltje Zwart, de dochter van Hendrik Hendriks Zwart, eigenaar van het Compagnonshotel aan de Vaart. Haar broer was directeur van de zuivelfabriek in Dalen.
Nu was Alle Wytzes wettelijk meerderjarig. Een van de getuigen bij het huwelijk was zijn tachtigjarige grootvader, grootvervener Alle Wytzes van der Sluis uit Appelscha, naar wie hij – inclusief patroniem – werd genoemd. In de huwelijksakte staat als beroep van de bruidegom: directeur eener zuivelfabriek. Huwelijksstrategieën waren de Van der Sluizen niet vreemd, dus pake stond ongetwijfeld achter de keuze van zijn kleinzoon.
In het begin vielen de resultaten van de fabriek tegen. Een uitgebreide en interessante beschrijving van de problemen valt te lezen in De Fabriek - De historie van de zuivelfabriek in Westerbork, van Js Lubberts. Toch waren er ook lichtpuntjes: enkele maanden na de opening werd de boter van de fabriek op een internationale voedingstentoonstelling in Brussel bekroond met een zilveren medaille. Kort daarna kreeg de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek te Westerbork op initiatief van Koning Emma het predicaat Hofleverancier. Afgezien van enkele mechanische problemen zag de jonge directeur zich geconfronteerd met een nieuw probleem: sommige boeren dachten de melkprijs te kunnen opschroeven door te knoeien met de melk. Een tiental boeren moest wegens melkvervalsing voor de rechter verschijnen.
Begin 1895 deed zich een andere kwestie voor. Alle Wytzes diende onverwacht een verzoek in om per 1 februari van dat jaar eervol ontslag te krijgen, zonder opgaaf van redenen. Het bestuur rook onraad en wilde eerst rekening en verantwoording van de directeur zien, waarop Alle Wytzes zijn verzoek schielijk introk. Lang verhaal kort: het fabrieksbestuur had het goed gezien, want er bleek een nadelig saldo te zijn van enkele duizenden guldens. Het tekort werd niet alleen veroorzaakt door de lagere boterprijs, de melkvervalsing en de defecte karnmachine, er bleek ook een kastekort te zijn. De directeur werd ontslagen, hij moest de directeurswoning verlaten en het tekort aanzuiveren. Er bleek bij hem echter niks te halen, dus moest het bestuur een extra lening aangaan.
Er kwam een nieuwe directeur, maar ook deze had er de handen vol aan om een goede boterprijs te bereiken. Intussen gingen er in het dorp geruchten dat er plannen waren om een particuliere handzuivelfabriek op te richten. De initiatiefnemer daarvan bleek Alle Wytzes te zijn. Hij kocht begin 1896 uit een executoriale verkoop een pand op de hoek van de Hoofdstraat en de Zandhoek, notabene het huis waar zijn voorganger, de plotseling overleden gemeenteontvanger had gewoond. Hij beloofde de boeren dezelfde prijs te betalen als zijn vorige werkgever. Voor de toelevering van melk voor zijn boterfabriek ‘Drenthina’ richtte Alle Wytzes zich vooral op boeren in Orvelte: zij leverden relatief grote hoeveelheden melk, maar in hun regio speelden tegelijkertijd de grootste kwesties met melkvervalsing. Al met al werd de handzuivelfabriek geen succes: Drenthina heeft slechts ongeveer een jaar bestaan.

Briefhoofd Alle Wytzes van der Sluis Az.
In een brief (met het bovenstaand briefhoofd) aan haar grootouders in Appelscha is echtgenote Jeltje nog positief gestemd:
Ik gevoel mij al geheel weer op mijn gemak hier in W. Wij hebben eene heel mooie woning, eene recht gezellige voorkamer, bijna nog mooijer dan in ’t fabriek, ’t uitzicht is veel aardiger, en dan een vrij ruime keuken, een kantoortje en een kelder. ’t Is alles niet groot, doch voor ons groot genoeg. 't Is ook een heel aardig fabriekje, alles mooi ingericht en er komt melk ruim genoeg, dat staat er dus best voor. Wij hebben ook een flinke tuin erbij, waarin (we) behalve groenten, denkelijk aardappelen genoeg verbouwen kunnen; voor ’t huisje nog gelegenheid om bloembedden aan te leggen, maar daar zal het dit zomer wel niet van komen. Wij hebben den boel nu bijna in orde, nog een paar dagen schoonmaken.
Ondanks zijn beschadigde reputatie was Alle Wytzes nog steeds gemeenteontvanger, tegen een salaris van f 230 per jaar voor acht uur per week. Waarschijnlijk besefte hij dat dit niet meer zo lang zo duren, gezien het onderstaande artikel in de provinciale Drentsche en Asser Courant.
Westerbork, 21 mei 1897. Tegenwoordig alle leden. Ingekomen is een request van den heer A.W. van der Sluis Azn, gemeente-ontvanger, met verzoek hem als zodanig eervol ontslag te verlenen, daar hij om buitengewone omstandigheden deze gemeente denkt te verlaten. In overleg met burg. en weth. stelt de voorzitter voor hem geen ontslag te verleenen, doch hem voorlopig te schorsen, hetwelk na eenige bespreking onderling met algemene stemmen wordt aangenomen. Niets meer aan de orde zijnde wordt deze vergadering gesloten.
Hij probeerde dus, net als enkele jaren eerder bij de Stoomzuivelfabriek, om eervol ontslag te krijgen. Binnen enkele dagen bleek om welke buitengewone omstandigheden het ging. In de krant verschijnt op 26 mei 1897 het onderstaande bericht:

Vanaf dit moment is Alle Wytzes lange tijd onvindbaar in de archieven; hij lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen. Men hield er rekening mee dat hij vertrouwde op contacten onder boterafnemers in Engeland. Ook echtgenote Jeltje was op zoek naar hem, gezien de volgende oproep:
Bij exploit, op den 30 Juni 1897, door mij ondergeteekende Deurwaarder uitgebracht, is ten verzoeke van Jeltje Zwart, gedomicilieerd en verblijf houdende te Westerbork gedagvaard: ALLE WIJTZES VAN DER SLUIS, tot voor korten tijd gemeente-ontvanger te Westerbork, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats, om den zevenden September 1897, ’s morgens te tien uur, te verschijnen voor de Arrondissementsrechtbank te Assen, strekkende de tegen den gedaagde ingestelde vordering tot ONTBINDING door ECHTSCHEIDING van het tusschen partijen bestaand huwelijk. Assen 1 Juli 1897. R. Mulder, deurwaarder.
Op 31 mei 1897 was ‘de gevluchte gemeenteontvanger van Westerbork’ al officieel failliet verklaard. Een jaar later blijkt dat hij inderdaad het Kanaal is overgestoken, want bij de verdeling van de erfenis van zijn grootmoeder Reinders staat dat hij 'verblijvende in Londen' is. Burgemeester Kijmmell van Westerbork is curator in zijn faillissement. Eind 1902 is er van Alle Wytzes blijkbaar nog steeds geen spoor, want de oproep van Jeltje Zwart verschijnt weer een aantal malen. De enige verandering is dat Jeltje nu ‘wonende en verblijvende te Appelscha’ is. In de tien jaar hierna is er niets over de voortvluchtige in de archieven te vinden. De greep in de gemeentekas zal ongetwijfeld een strafrechtelijk gevolg hebben gehad. Of iemand het ontvreemde bedrag heeft aangezuiverd en een mogelijke boete heeft betaald, valt helaas niet na te gaan.
Later blijkt echter dat de scheiding niet is doorgegaan. Blijkbaar is Alle Wytzes weer opgedoken, want op 29 januari 1912 maakt hij voor de notaris in Appelscha zijn testament op en benoemt zijn echtgenote Jeltje Zwart tot enig erfgenaam. Ook vindt in dat jaar de verdeling plaats van de erfenis van zijn vader Arent A. van der Sluis. Alle Wytzes en zijn broers en zuster ontvangen elk iets meer dan 6000 gulden. Eind dat jaar verkoopt hij een bosperceel van 6 ha. in Haule. Als beroep staat in de akte: machinist te Rotterdam. Volgens het bevolkingsregister van Rotterdam is Alle Wytzes daar ingeschreven in 1912, komend vanuit Utrecht. Daar had hij zich op 6 februari 1912 gevestigd vanuit…. Philadelphia (USA). De verhoudingen waren blijkbaar hersteld, want Jeltje verhuist in 1912 vanuit Ooststellingwerf en komt bij Alle Wytzes aan de Vletstraat in Rotterdam wonen. In 1917 vertrekken ze samen naar Opsterland.
Jeltje overleed op 27 februari 1927. Alle Wytzes werkt dan al als procuratiehouder/boekhouder bij de fa. J.I. de Jong in Gorredijk, die producten leverde voor de zuivelsector. Het bedrijf bestaat nog steeds, alleen heeft het nu een andere naam. Twee jaar na haar overlijden trouwt Alle Wytzes met Maria Piso uit Workum, dochter van een caféhouder uit Sneek. Zijn werkgever J.I. de Jong is getuige bij het huwelijk. In 1946 overlijdt Alle Wytzes. Te oordelen naar de teksten van de overlijdensadvertenties heeft hij zich gerehabiliteerd en zich voortreffelijk ingezet voor zijn nieuwe werkgever.


Informatie omtrent de zuivelfabriek Westerbork afkomstig uit het boek "De Fabriek - de historie van de zuivelfabriek in Westerbork" van Js Lubberts. Hiervoor mijn welgemeende dank. Uitg. Historische Vereniging Gemeente Westerbork, 2005